Veel kranten zijn tegenwoordig voorzien van een stripverhaal of een karikatuur. In veel gevallen bestaan de strips uit de kranten met name uit een op zich staand verhaal die dagelijks veranderd. Er bestaat dan geen reeks zodat er 1 gemist kan worden. Ook zijn er kranten die kiezen voor een strip met een verholfverhaal, er zit dan een bestaande lijn in de strips.

De strip is een dagelijks item van de krant en weet ook veel lezers aan een krant te binden. In enkele gevallen zie je dat er ook een boek wordt uitgegeven met daarin een overzicht van alle strips van een krant uit een bepaald jaar.

In de VS verscheen de eerste de eerste strip rond eind 1900, of tenminste toen heeft het een naam gekregen. Daarvoor werden immers ook wel afbeeldingen met tekst geplaatst wat in sommige gevallen ook wel en strip genoemd had kunnen worden. In Zweden was er een illustrator en schrijver genaamd Rodolphe Toepffer, deze man heeft de basis gelegd voor de strip en deze is later ook door kranten overgenomen.

Verhalen binnen een strip stonden veelal op zichzelf en bevatten over het algemeen verschillende personages in verschillende situaties. In Nederland doen voornamelijk de humoristische strips het goed. Denk hierbij aan een strip als Jan Jansen en de kinderen, Lambiek, Bartje en Evert Kwok.

Deze strips krijgen ook door het internet een grote springplank en worden in veelvoud gedeeld op social media. Hoe de ontwikkeling van de strips verder gaat blijft dus even gissen, het aantal verkochte kranten neemt natuurlijk jaarlijks af. Strips zullen natuurlijk altijd blijven alleen zullen deze dan op een andere wijze worden aangeboden.